• menu
  • contact us
  • help

  • Algemene Inleiding
    over de opbouw van de teksten en veel gebruikte afkortingen op Joodse grafstenen

    (vers. 1.1-december 2014)
    Een kort overzicht, vooral voor wie het Hebreeuws niet beheerst.

    De tekst op een Joodse grafsteen bestaat in het algemeen uit de volgende onderdelen:
    1. Vaak, maar niet altijd:
      • Een, voor deze overledene toepasselijk, vers uit de Tenach (het Oude Testament) of uit de gebeden of een deel daarvan. Enkele voorbeelden:
        Voor een vrouw – Een flinke vrouw wie zal haar vinden (Spreuken 31:10)
        Voor een vrouw – Gezegend boven de vrouwen in de tent (Richteren 5:24)
        Voor een man met de naam Abraham – en Abraham keerde terug naar zijn plaats (Gen. 18:33)
        Voor een man met de naam Mozes - En Mozes steeg op tot God (Ex. 19:3)
        enz. enz.
      • Voor een Cohen (priester) - 2 handen met gespreide vingers. Zo worden deze gehouden bij het uitspreken van de priesterzegen (Num. 6:24-26) in de synagoge.
      • Voor een Leviet - een kan met/zonder waterstraal. Voor het uitpsreken van de priesterzegen moeten de handen van de Cohaniem(priesters) gewassen worden. Het is een eretaak voor de Levieten om dan uit een kan of beker water te gieten over de handen van de Cohaniem.
      • Symboliek zoals een geknakte boom voor een jong gestorven persoon e.d.
    2. Twee letters (bij een man meestal de eerste afkorting en bij een vrouw de tweede, maar niet altijd)
      • פ"נ Pé Noen = Po nitman of Po nach of Po nikbar (voor een man) of
        Po nitmena of Po nacha of Po nikbera (voor een vrouw)
        hetgeen betekent: hier is geborgen, hier rust of hier is begraven
      of
      • פ"ט Pé Tet = Po temoena (voor een vrouw) of Po tamoen (voor een man)
        hetgeen betekent: hier is geborgen, hier is begraven
        N.B. De afkorting Pé Tet is in vele landen, waaronder Israel, niet in gebruik. Daar vindt men de afkorting פ"נ Pé noen op de grafstenen van mannen zowel als vrouwen.
    1. Veelal gevolgd door enkele loftuitingen over de goede levenswandel en de daden van deze man of vrouw, bij voorkeur met behulp van delen van Bijbelverzen of uit de gebeden.
      N.B. Of dergelijke toevoegingen werden opgenomen hing af van een aantal factoren, waaronder of de nabestaanden iets wilden vermelden en ook van de prijs. Toevoegingen konden voor armen een (te) grote belasting zijn.Zie ook punt l.
    2. De naam van de overledene gevolgd door “zoon/dochter van” en de naam van de vader en indien van toepassing "de Cohen" (priester) of " de Leviet"(patroniem). Zeldzaam is vermelding hier van de naam van de moeder (matroniem).
    3. Indien de overledene of zijn vader een Joodse titel of eretitelhad,dan wordt deze vermeld:
      • Bij opperrabbijn, rabbijn, voorganger, leraar die als zodanig functioneerden in de gemeente wordt dit als afgekorte betiteling toegevoegd.
      • He-chaver- eretitel door een opperrabbijn verleend aan een leek met grote kennis van de Joodse literatuur – Bijbel, Talmoed en/of voor bijzondere diensten ten behoeve van de Joodse Gemeenschap.
      • Indien de overledene een leidende functie in de Joodse gemeenschap had als"bestuurder en leider van de heilige gemeente" of van een genootschap voor liefdadigheid of voor het verzorgen en begraven van de doden e.d., dan wordt dit dikwijls vermeld.
    4. Veelal (maar niet altijd want het is geen voorschrift)“ en de naam van zijn/haar moeder was …” of“geboren uit …..” Ook dit is geen algemene traditie en zo vormen de Joodse grafteksten in Nederland op dit punt (met slechts enige andere landen, waaronder Hongarije) een bijzonderheid.
    5. Hij/zij stierf, overleed, ging naar zijn/haar eeuwige wereld op
    6. Dag van de week, datum, en maand van overlijden volgens de Joodse kalender
    7. Veelal (maar niet altijd) gevolgd door de dag van de week, datum en maand van de begrafenis
    8. Jaar van overlijden volgens de Joodse jaartelling, weergegeven volgens de letterwaarde.
      Iedere letter van het Hebreeuwse alphabet heeft een getalwaarde: Alef=1, Beth=2 etc. Tav=400.

      Over de Joodse jaartelling: Deze begint met 1 Tisjri en het jaar 0 memoreert de schepping van de wereld. De Joodse maand Tisjri valt in september of oktober van het maatschappelijke jaar. Om die reden loopt b.v.het jaar 5775 van september 2014 tot september 2015.
      Het jaar 5000 na de schepping van de wereld was het maatschappelijke jaar 1239/1240. Om het schrijven van jaartallen te bekorten is het gebruikelijk om daarbij het duizendtal weg te laten en achter b.v. 643 de afkorting לפ"ק(lp”k) te vermelden, hetgeen betekent “Volgens de kleine telling”.
      Zo dient in een Joodse tekst het jaartal,met de getalwaarde van de letters weergegeven als, 604, 714 etc.,gelezen te worden als [5]604, [5]714.
    9. De laatste regel van de Hebreeuwse tekst is
      • bijna altijd de volgende afkorting: ת'נ'צ'ב'ה' T.N.Ts.B.H.= Tehé Nafsho (man) / Nafshà (vrouw) Tseroera Bitsror Hachajim
        Betekenis: Moge zijn/haar ziel gebundeld worden in de bundel van het ]eeuwige[ leven.
        Bron: 1 Samuel 25:29.
        N.B. In de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse tekst van de steen staat dan T.N.Ts.B.H.
      • Een variant die veel minder voorkomt, is תמ"כ= Tehé Menoechato (man)/Menoechata (vrouw) Kavod,hetgeen betekent: moge hij/zij in ere rusten.
    1. Teksten in het Nederlands.
      Tot midden 19e eeuw wordt de hele tekst in het Hebreeuws weergegeven en wordt, bij uitzondering, soms iets in het Nederlands toegevoegd. Met het voortschrijden van de emancipatie worden, ongeveer vanaf het midden van de 19e eeuw, op de grafstenen minder en minder details in het Hebreeuws vermeld, terwijl er meer en meer een tekst in het Nederlands wordt toegevoegd.
    2. Hebreeuwse namen en de in het Nederlands gebruikelijke schrijfwijze.
      In de naar het Nederlands vertaalde teksten zijn de Hebreeuwse namen weergegeven zoals ze in het Hebreeuws worden uitgesproken.
      Voor sommige namen is dat gelijk: Adam = Adam, Noach = Noach, Sara = Sara enz.
      Voor andere namen is dat niet gelijk: Avraham = Abraham, Jitschak = Izak, Moshé = Mozes, Shmuel = Samuel, Jechezkel = Ezechiel enz.
    3. Gebruikte namen van de Bijbelboeken.
      Ter wille van de lezer van de Nederlandse vertaling van de tekst op een grafsteen en eventuele aantekeningen daarover, worden verwijzingen naar Bijbelverzen weergegeven volgens de in de niet-Joodse wereld gebruikelijke namen van de Bijbelboeken: Genesis, Exodus enz.
    ========
     
    Copyright © 2006-2016, Amoetat Akevoth (Traces) registered amoeta in Israel. All Rights Reserved.