Family Tree CollectionMain index A-Z Total index Names Index placesDeventer v. 1.2

Family page
Wilhelm Fuerth to:
Henriette Katzenstein, birth 1861 Giessen, Duitsland, died 1938, daughter of Siegmund Katzenstein and Sophie Loeb
http://jwa.org/encyclopedia/article/fuerth-henriette
Henriette Fuerth grew up in an elegant quarter of Giess, where her Jewish family at first encountered discrimination. Her father, Siegmund Katzenstein, was a timber merchant, married to Sophie, nee Loeb. Even in the first years of elementary schoo l Henriette Fčurth felt herself excluded, but she asserted herself, developed a fighting spirit and decided never to deny her Jewish origins. After completing her studies at a high school for girls, her father consented to her attending the Elisab ethschule in Frankfurt, which had a teachers&Aelig; seminar attached to it, but he withdrew his permission even before she began her studies there, since as a Jew his daughter had no chance of employment. Henriette Fčurst compensated for this lack of co mplete and demonstrable professional training after her marriage, when she moved to Frankfurt. She studied social economics at the Freier Deutsche Hochstift (Free German Higher Institute), where she began investigating women&Aelig;s work in the home. Al though, as a mother of eight, she was severely burdened by domestic duties, with the encouragement of her brother, Simon Katzenstein, she published articles of social criticism. In time she succeeded in earning a much-needed income as a highly-reg arded lecturer and journalist. Apart from a volume of poetry, Vineta (1911), she produced some two hundred articles and thirty independent publications. At the same time, she was involved in all the contemporary issues related to women: the protec tion of children and mothers; household problems; the decline in population and public health. In her last major work, Die Regelung der Nachkommenschaft als eugenisches Problem (Birth control as a eugenics issue, 1929), she discussed the possibili ty of preventing parenting by people with inherited diseases. An advocate of collaboration with radical bourgeois feminists, Fčurst was active in the League for the Protection of Mothers, which took an active part in opposing persecution of homose xuals and lesbians, a stance which was more liberal than that of the social-democrats as a whole.

In addition to publishing, Fčurst found time to be involved in organizational life. Although not a believing Jew, she sought to find a way of introducing her wide range of knowledge and her sense of responsibility in Jewish circles. In 1901, toget her with Bertha Pappenheim, an orthodox Jew, she founded the Weibliche Fčursorge (Women&Aelig;s Care) Association. However, considerable differences of opinion between the two women prevented fruitful collaboration. Highly sensitive, Fčurst noted antise mitic tendencies in German society. She defended herself against personal antagonism proudly and with almost excessive self-confidence. She urged her children to gain the admiration of non-Jews by above-average contributions in social and cultura l spheres: “Jews have to contribute more than the others. You have to be more charitable than theyùprotectors of the weak, a fighter for truth and justice, clever as a snake and harmless as a dove.ö During World War I, together with her daughters , she established a War Kitchen for the poor and took on duties at the Information Center of the municipal food office, working till she was exhausted. Her sons Sigmund and Walter were severely wounded at the front. In consequence, she was appalle d by the 1916 “Judenzčahlung,ö which investigated the number of Jews in the combat units: “Go and count them. Count the buried and the crippled of this ghastly war, as well. Go there and count. You&Aelig;ll have our help in counting the Jews&Aelig; acts of ch arity and the Jewish fighters for spiritual victory. àö

With the establishment of women&Aelig;s suffrage she became a candidate for the National Assembly, but was not elected. From 1919 to 1924 she was a Social-Democratic member of the Frankfurt municipal council. On reaching her seventieth birthday in 193 2 she was honored by both the city of Frankfurt A.M. and its university, but her death in Bad Ems in 1938 went unnoticed by the public. Her daughters Else and Anne Adelaar were killed at Sobibor and Auschwitz.
SELECTED WORKS BY HENRIETTE FčURTH

Die Fabrikarbeit verheirater Frauen. Frankfurt a. M.: 1902; Die Mutterschaftsversicherung. Jena: 1911; Vineta. Dichtungen. Leipzig: 1911; Die Regelung der Nachkommenschaft als eugenisches Problem. Stuttgart: 1929.
Bibliography

Angress, Werner T. “The German Army&Aelig;s Judenzčahlung of 1916.ö The Leo Baeck Institute&Aelig;s Year Book 23 (1978): 117û135.

Fassman, Maya. Jčudinnen in der deutschen Frauenbewegung 1865û1919. Hildesheim: 1994.

Katzenstein, Simon. Henriette Fčurth. Versuch einer Wčurdingung. Zu ihrem siebzigsten Geburtstag gewidmet von ihrem Bruder. MS. Berlin: 1931.

Krohn, Helga. “æDu sollst Dich niemals beugen&Aelig;: Henriette Fčurth, Frau, Judin, Sozialistin.ö In Freimark, Peter, (ed.) Juden in Deutschland. Emanzipation, Integration, Vergolgung und Vernichtung. Hamburg: 1991, 326û343.

Lexikon Jčudische Frauen. Edited by Jutta Dick and Marina Sassenberg.
1) Elisabeth (Else) Fuerth, birth 8 Aug 1881 Darmstadt, Duitsland, died 16 Jul 1943 Sobibor, Polen
Elisabeth Furth kwam 11-6-1906 vanuit Frankfurt naar Deventer. Else Adelaar heeft in 1939 een rol gespeeld bij het opzetten van het vluchtelingenkamp De Kleine Haar in de gemeente Gorssel: zie een sollicitatiebrief uit Duitsland van 8 december 193 8. Die winter daarvoor had Else in de Kinderheilstaette in Bad Kreuznach een voordracht gehouden. (SAD, NIG nr. 79: 11-12-1938)

Op 4 april 1933 kwam een Margarete Furth-Mosbacher (schoonzuster van mevr. Adelaar?) als vluchteling naar Deventer; zij logeerde bij Jacob Philip Frank aan de Welle 6 en reisde op 9 juni 1933 verder naar Parijs.
to:
Eduard Adelaar, birth 23 Dec 1879 Deventer, died 16 Jul Sobibor, Polen, occupation: manufacturier in Broederenstraat 33, dicht bij hoekpand Engestraat, son of Meijer Elias Adelaar and Frederika Jacoba van Raalte
Adres: 1e Pauwelandstraat 31

In 1915 kwam Ed. Adelaar voor op de lijst van kiesgerechtigde en verkiesbare leden van de Joodse Gemeente en betaalde hij een bijdrage van 18,75.

Voor de oorlog hadden de Adelaars steeds wel twee of drie niet-joodse dienstbodes / onderhuursters in huis.

In 1936 komt Eduard voor op een foto van een feestmaal ter gelegenheid van het afscheid van L. Koppels; hij zit er naast Louis Hillesum. (Van Baalen p. 114)

Vanaf ca. 1916 had de familie Adelaar een buitenhuisje 'Het Adelaarsnest' in Epse. In het EHC bevindt zich een dagboek van het 'Adelaarsnest' van 1916-1924: Oude Larenseweg 33 (modern adres). Het huisje is in 1980 gesloopt.

Etty Hillesum schrijft op 1 september in een brief aan Chr. v. Nooten: 'Van de Adelaren geeneen meer hier.' (Nag. Geschr. p. 698) De familie van Eduard is dan al een paar maanden geleden naar het oosten gedeporteerd. Volgens Smelik was de famili e Rudolf Adelaar bevriend met de Hillesums en verbleven de kinderen Hillesum ook meermaals in het 'Adelaarsnest'.

Op 4 april 1933 kwam Margarethe Furth-Mosbacher (schoonzuster van mevr. Adelaar?) als vluchtelinge naar Deventer; zij logeerde bij Jacob Philip Frank aan de Welle 6 en reisde op 9 juni 1933 verder naar Parijs.

Fride Mosbacher, een nicht van Eduard Adelaar, geb. 3-1-1896 in Bochum. Zij kwam in okt. 1900 naar Deventer en werd ingeschreven op de kaart Eduard Adelaar. Zij was evangelisch luthers. In de jaren 38/44 komen wij haar naam niet meer tegen.

Documentatie: Briefhoofden: gefilmde versie in EHC. Foto's winkel en familie in EHC. Foto's familie Eduard Adelaar + trouwerij zoon Ernst in EHC. Overlijdensadvertentie Ernst Adelaar: adv. NIW 21-12-07.


Andere huisgenoten:
Martha Estella Veermanwas een nichtje van Ed. Adelaar. Zij kwam in okt. 33 in Deventer bij hem in huis en vertrok maart 34 naar Engeland. Zij was getrouwd met een Drukker. Februari '41 woonde zij in Amsterdam. Haar man heeft de oorlog overleefd . (jm.nl) De vrouw van Jacques Lobstein, Clara Veerman (1912) is waarschijnlijk een zus van Martha Veerman (1916) die bij Eduard Adelaar in huis woonde. Martha is tegelijk met de moeder van Jacques Lobstein vergast in Auschwitz

Fride Mosbacher, een nicht van Eduard Adelaar, geb. 3-1-1896 in Bochum, Duitsland. Zij kwam in okt. 1900 naar Deventer en werd ingeschreven op de kaart van Eduard Adelaar. Zij was evangelisch luthers. In de jaren 38/44 komen wij haar naam niet mee r tegen.


In 1942 woonde op dit adres ook Karl Schneider. Deze vluchteling uit het Oostenrijks-Hongaarse grensgebied hoefde geen bijdrage te betalen aan de Joodse Raad. Eduard Adelaar heeft hem onderdak verschaft en zo kon hij Emilie Adelaar, een dochter va n Rudolf Adelaar, leren kennen; hij trouwde in februari van dat jaar met haar.

Eduard was lid van de Deventer Veritas Loge No. 10 van de Odd Fellows, een met de Vrijmetselarij te vergelijken organisatie die harmonie in de samenleving wil bevorderen. In Deventer waren er voor de oorlog nogal wat Joden lid van. (Wiel Palmen , Independent Order of Odd Fellows. Veritas Loge no. 10. Deventer 1901-2001, Deventer 2001, p. 18)

Eduard kreeg een 'Sperre' als lid van de Joodse Raad: J.C.B. [Centraal Bureau? Commissie Bijstand?] Hij is (datum?) in opdracht van de SD naar Amsterdam vertrokken. (Politiearchief 843, doos 502)

Documentatie: Briefhoofden: gefilmde versie in EHC. Foto's winkel en familie in EHC. Foto's familie Eduard Adelaar + trouwerij zoon Ernst in EHC. Overlijdensadvertentie Ernst Adelaar: adv. NIW 21-12-07.
2) Marie Anna Fuerth, alias: Anne, birth 12 Jan 1884 Darmstadt, Duitsland, died 22 MEI 1944 Auschwitz, Polen
Married 27 MEI 1909 Keulen, Duitsland to:
Henri Adelaar, birth 3 Aug 1881 Deventer, died 22 MEI 1944 Auschwitz, Polen, occupation: Handelsagent, son of Meijer Elias Adelaar and Frederika Jacoba van Raalte
Henri was met een zuster van de vrouw van zijn broer Eduard getrouwd. Zij trouwden op 27-5-1909 in Keulen.

Anne was een dochter van Wilhelm Furth and Henriette Katzenstein.

Henri was evenals zijn broer Eduard lid van lid van de Deventer Veritas Loge No. 10 van de Odd Fellows, een met de Vrijmetselarij te vergelijken organisatie die harmonie in de samenleving wil bevorderen. In Deventer waren er voor de oorlog noga l wat Joden lid van. Hij woonde niet in Deventer, maar bleef hier kennelijk wel komen als lid van de loge. (Wiel Palmen, Independent Order of Odd Fellows. Veritas Loge no. 10. Deventer 1901-2001, Deventer 2001, p. 18)

Henri en Anne zaten ondergedoken bij weduwnaar Jacob van der Molen in Groningen vanaf 1944. Echtpaar is daar gepakt, later is Jacob van der Molen ook gepakt en omgekomen in Buchenwald. Yad Vashem. Blz 528, The Encyclopedia of the Righteous Amon g the Nations, Rescuers of Jews during the Holocaust. The Netherlands, Yad Vashem, Jerusalem 2004.
3) Siegmund Fuerth to:
Margarete Mosbacher, alias: Grete, birth 1 Jan 1892 Bochum, Duitsland, daughter of Felix Mosbacher and Betty Katzenstein
Main index A-Z