Family Tree CollectionMain index A-Z Total index Names Index placesAbas

Family page
Abraham Meiboom/ Bouwma, birth 6 Oct 1881 Rotterdam, died 13 Mar 1943 Sobibor, occupation: slager, son of Barend Meiboom and Santje Bouwman/ de Vrie
Zij woonden in 1941 te Rotterdam, Provenierstraat nr' 28
Abraham woonde als weduwnaar te Rotterdam, Rembrandtstraat nr' 7 ten huize van Bejamin en Theodora Abas
to:
Elisabeth Meiboom, birth 14 Feb 1885 Amsterdam, died 13 Mar 1943 Sobibor

Family page
Abraham Meiboom/ Bouwma to:
Sophie de Vries/ Veltma, birth 1894 Heerenveen, died 22 Aug 1941 Rotterdam, daughter of Benjamin de Vries de Vries and Elisabeth Veltman/ van Geldere
Sjef Kesnar schreef:

Tijdens het opruimen van mijn boeken kwam ik in de verleiding om nog eens de familieadvertenties in de herdruk van "Het Joodsche Weekblad" te bekijken. Ik trof daar het volgende aan en ik dacht dat het jou misschien wel zou interesseren:

Nr. 20 22-08-1941 blz 11 24 Menachem Av 5701

Heden overleed door een noodlottig ongeval onze geliefde zuster, behuwd zuster en tante

mw Sophia Meiboom-de Vries
in de ouderdom van 47 jaar.

Uit aller naam,

B.Abas (dit is mijn vader)
17-08-1941 Rotterdam

======================================================================================================================================
Hier volgt mijn verhaal over Tanta Fietje en Ome Bram (zoals ze ik hun noemden):

Tante Fietje en Ome Bram

Tante Fietje was de jongste zuster van Oma Abas, de moeder van Pa. Ze was getrouwd met Abraham Meijboom, kortweg "Ome Bram" genoemd. Ze hadden zelf geen kinderen en ik was zo gelukkig hun "verwende neefje" te zijn. Vele dagen heb ik bij hun doo r gebracht, en ik had ook nog het geluk dat mijn school zo'n kleine tien minuten lopen van hun huis was. Voor zover ik me kan herinneren was het een heel fijne tijd, die jammer genoeg al in de eerste dagen van de oorlog afgelopen was, want met he t grote bombardement van Rotterdam door de Duitsers, werd hun huis, als enig huis in de Proveniersingel, getroffen door een bom. Tante Fietje was op slag dood, Ome Bram had alleen een gebroken been en Oma, die bij hun sliep, mankeerde niets! Tuss en tante en Ome was het niet altijd "rozengeur en maneschijn" en zo kwam het dat Tante Fietje die nacht in de achterkamer sliep, en Ome Bram in de voorkamer. Oma, die in de tussenkamer had sliep kwam onder een van de muren die in z'n geheel, zonde r te brokkelen, tegen een andere muur viel. Zij kwam er alleen met een grote schrik onder vandaan.
(In de oude huizen in Rotterdam, had je vaak huizen die gebouwd waren zo, dat drie kamers aan elkaar waren gemaakt, die gescheiden waren met gedeelte muren en deuren; vandaar had je dus de voorkamer, die zijn ramen naar op straat gericht had , en de z.g. "tussenkamer" die helemaal geen ramen had, en de achterkamer die "keek" op de tuin achter het huis)
Achteraf gezien is het jammer dat Oma niet te samen met Ome Bram, de zelfde weg zijn gegaan als Tante Fietje..... Want niet zo lang daarna werden ze gedeporteerd naar Mauthauzen, een van de verschrikkelijke concentratiekampen.

Om weer terug te gaan naar de betere dagen, Laat ik me vele verhalen vertellen door Ome Bram, over alles en nog wat. En vele verhalen gingen gepaard met "echte" avonturen.
Popeye, onder ander, was een van de grote helden in die verhalen. En daarover ga ik nu vertellen:

Op een mooie dag besloot Ome Bram me mee te nemen naar het huis van Popeye! Ja, echt waar! Ik mocht met Ome bram mee in de trein naar Leiden, naar het huis van Popeye. Dit was echt iets geweldigs,je held te gaan bezoeken!
We gingen met z'n twee'en naar het Hofpleinstation, naar de trein die ons naar Leiden en naar Popeye zou rijden. Ongelooflijk, met de trein, en naar Popeye, dat ging m'n geluk te boven, geloven jullie me maar!
In Leiden aangekomen, liepen we hand in hand door de straten tot we (dat bleek later) voor de hekken van een kerk stonden. Ome bram rukte met alle geweld aan die hekkenà. maar Popeye kwam er niet aanà Groot was mijn teleurstelling, al mijn gedacht en waren op dit bezoek gesteld, in een ruk werd ik naar "beneden gesleurd" de de woorden van Ome Bram: "Oi, arme Wim, nu hebben we zo lang gereisd om hem thuis te vinden, en nu is hij er niet, wat kunnen we eraan doen?" Ik was erg teleurgesteld , en we besloten maar weer naar huis te gaan.
Een andere keer, het was winter, na vele verhalen gehoord te hebben over de kleine olifant van Popeye, zei Ome Bram dat hij met Popeye had gesproken, en dat die me een olifantje zou sturen. Ik geloofde dit onmiddelijk, want wat Ome Bram zei, da t was zo!"
Ik wachte en wachte, en wie er kwam - geen oliefantje.
Toen ik op een dag naar het huis van Ome en tante kwam, zei Ome meteen: "je olifantje is onderweg". Jullie kunt begrijpen dat het weer een geweldig iets zou worden, ik zou een olifantje krijgen, "een heel echte, met kop en staart" zei Ome Bram.
De volgende dag, toen ik na school weer naar hun huis ging, vol hoop het olifantje te ontmoeten, zat Ome in z'n stoel met een heel droevig gezicht, en zei: "Oi, wat is dat nu erg". "Wat", vroeg ik, "wat is er nou erg?". "Ja , kijk nou eens", ze i Ome Bram, die arme olifant deed een plasje, en omdat het vroor, gleed hij erover uit. Hij heeft zijn benen gebroken". Het leek alsof Ome Bram echt huilde, en ik huilde met hem mee, want ik begreep dat ik geen olifantje zou krijgen, want wat zo u ik moeten met een olifant die zijn poten gebroken heeft?

Er waren nog veel meer verhalen, en Ome Bram's verhalen gingen over de bosgeesten over de bomen die īs nachts met elkaar praatten over de kinderen die in de bossen kwamen, en als de kinderen dan niet bang waren voor die bomen, wel dan zouden di e bomen ook goed voor de kinderen zijn, zodat, als de kinderen dan moe waren, de bomen hun bladeren lieten vallen zodat de kinderen konden rusten op die bladen. Ome Bram zei mij altijd "Wimmetje, als jij niet bang bent voor die bomen, dan kan niem and jou bang maken !!"
Ik herinner me ook dat Ome Bram verhalen vertelde uit het dikke boek van de gebroeders Grimm, en mocht dan op zijn schoot zitten, en met volle ernst beleefden wij te samen al die sprookjes als echte avonturen. Ome Bram was geweldig met alle dinge n die hij vertelde, en het was steeds weer een feest als hij zei "Kom op, wimmetje, we gaan weer op avontuur", zo echt, en zo fijn. Tante Fietje zorgde voor de lekkernijen tussen de verhalen door, en die waren verdraaid lekker, altijd was er oo k limonade in huis, en koekjes en kaakjes zonder ophouden.
Tot vandaag de dag hou ik van sprookjes,

Ik weet alleen dat ik, buiten die af en toe rare verhalen, heel veel liefde heb ontvangen van die fijne mensen. Dat ik met tante veel naar het park ging naar de schommels en de wip te. Ze nam altijd lekkere koekjes mee, die we dan samen op aten.

Tante had af en toe "zomaar" huilbuien, en dan trooste ik haar terwijl ik op haar schoot zat.

Aan al dit mooie kwam een vreselijk eind en ik heb deze vreugde daarna nooit meer meegemaakt.
Main index A-Z